De Jacht

Een van de oudste en primitiefste instincten is bij de mens nog niet verdwenen, namelijk, het jachtinstinct; de lust om wild te verschalken. Geen enkel in geciviliseerde streken levend mens heeft het nog nodig om voor zijn levens- onderhoud op jacht te gaan. Maar velen doen het nog graag. Men kan daar verschillend over denken, maar hoewel het een tegenspraak lijkt, is het de jacht die in gecultiveerde landen het wild nog in leven houdt.

Bij de jacht gebruikt de mens nog steeds de hond. Er zijn een groot aantal jachthondenrassen met voor de diverse takken van jacht aangepaste jachteigenschappen, over de gehele wereld verspreid. Voor iedere afzonderlijke tak van de jacht staan ook voor dit doel speciaal gefokte hondenrassen ter beschikking. Door het voorkomen van gelijkgeaarde prooidieren in ver uit elkaar liggende landen ontstonden vele jachthonden met een zelfde aanleg. Zo ook de Magyar Vizsla; de Hongaarse staande jachthond.

Bekijken we de verschillende taken voor jachthonden dan is het duidelijk dat er rassen met een aangepaste aanleg voor het uiteenlopende werk werden gefokt. Lopende honden of brakken is de verzamelnaam voor een omvangrijke groep waarin men de oer-jachthond terug vindt. De taak van de lopende honden is het wild uit de begroeiing te drijven en luid blaffend te achtervolgen. De lopende hond volgt het wildspoor met de neus langs de grond, hij behoeft het dier in het geheel niet te zien.

Hij moet het naar de jager toe drijven of het stellen; d.w.z. beletten weg te lopen tot de jager komt om het te schieten. Oorspronkelijk waren het allen meutehonden. Voor de jacht met brakken is er niet veel ruimte meer en dat geldt speciaal voor de grote rassen. De zelfs met harde dressuur moeilijk te beteugelen jachtdrift van de lopende honden moest voor de jacht met het geweer op gevederd wild afgezwakt worden. Door ze te kruisen met o.a. herdershonden gelukte het ze evenwichtiger en meegaander te maken. Zo ontstonden de staande honden.

Staande honden; de verzameling van hun taken is enorm groot. Het volgende wordt verlangd:

1. methodisch zoeken

2. vast voorstaan; d.w.z. dat de voorstaande honden het wild niet mogen opjagen, maar er rustig voor moeten blijven staan om de jager te wijzen waar zijn buit te vinden is

3. ze moeten aangeschoten wild uit het water en van het land apporteren

4. aangeschoten wild volgen en bij de jager brengen
(hiermee zijn niet alle opgaven opgesomd, maar het zijn de voornaamste dingen waartoe de staande hond in staat moet zijn)

Staande honden blijven muurvast voor het wild staan, na het land zigzagsgewijs te hebben afgezocht met opgeheven hoofd tegen de wind in om de verwaaiing van het wild op te vangen. Hij stoot het wild pas op na bevel van de jager en werkt dus, in tegenstelling tot de lopende honden, nauw met de jager samen.

Er zijn nog maar weinig mensen die voor hun levensonderhoud zijn aangewezen op de jacht. Het verlangen om te jagen is echter bij alle volkeren springlevend gebleven. Er is dan ook geen land ter wereld waar niet wordt gejaagd. De jacht heeft in onze maatschappij mede tot taak het wild en de groene ruimte waarin het wild leeft in stand te houden. Het jachtbedrijf is dan ook voor een belangrijk deel toegespitst op actief natuurbeheer. De moderne jager is voor alles een wildkenner en wildbeschermer. In ons land is de jacht gebonden aan strenge regels. Kennis van deze regels is noodzakelijk om aan het jachtbedrijf te mogen deelnemen.

Sinds 1 april 1978 dient iedereen die een jachtakte wil aanvragen in het bezit te zijn van het door het Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij erkende KNJV - PBNA Jachtdiploma.